Van een paard en krakende lak

meerval

Vissen doe je voor je ontspanning – om weg te zijn van alle gehaast en gestress, relaxed en Zen wat doelloos rondhangen in de natuur, luisteren naar de geluiden van vogels en het gespetter van vissen. Toch? Althans, dat is toch hoe ik er insta, maar in de praktijk loopt het soms helemaal anders en kan mijn hobby best een veeleisende bezigheid zijn die mijn zenuwen zwaar op de proef stelt… Een vistripje met mijn bellyboat eind februari was daar het perfecte voorbeeld van. Het plan was om gezellig wat Keitech Easy Shiner shads en Carolina creatures die Roven.nl gestuurd had uit te laten zowel op het ondiep op zoek naar baars als verticaal en pelagisch, op zoek naar snoekbaars. Variëren vind ik leuk, namelijk, maar in de praktijk betekent het wel dat ik minstens 3 hengels en een hele stapel dozen met verschillend kunstaas mee moet nemen ‘aan boord’ zodat ik drie keer heen en weer moet lopen tussen de waterkant en mijn auto, en mijn bellyboat er als een moddervet stekelvarken uit gaat zien. Maar goed, zwetend van de inspanning beland ik dan uiteindelijk toch in mijn drijvende fauteuil en ik luister naar het gegons van de elektromotor onder me die me een paar honderd meter verder naar een zone brengt waar lekker veel bodemverloop is. Ik voel de trillingen van de ronddraaiende schroef van de Float Plus in mijn billen – het lijkt wel een massagestoel. En dan begint de hectiek…

foto-dril

Terwijl ik, de pelagische hengel in de hand, een mooi talud afvaar op zoek naar een symbool op half water om dat pelagisch te bestoken, zie ik een symbool tegen de bodem staan. Snel zet ik mijn pelagische hengel weg en vervang hem door de wat meer gevoelige verticaalstok – maar het symbool is alweer weg. Ik ruil de hengels weer om en vaar verder. Na een half uur heb ik 2 halfwatersymbolen gevonden en vijf bodemsymbolen – ik ben dus 7 keer van hengel gewisseld. Helaas heb ik nog geen enkele tik gekregen… Nu bekruipt de twijfel me of ik niet beter kan baarzen; de snoekbaars staat duidelijk op non-actief. Ik zet koers naar de oeverzone, alwaar ik een kwartier zoetmaak met een taluudje uitgooien… zonder enig resultaat. Terug naar dieper water, waar ik al snel een dik symbool vind, op zes meter onder me. De vis kijkt een halve minuut aandachtig naar mijn kunstaas – ik denk dat hij het merk leest – het is een bruine Freddie Shad en die heeft de Q van het merk in zijn ogen – maar laat zich dan plots weer zakken. Ik open de reel en stuur mijn shad achter hem aan. Kansloos, denk ik, want het lukt me eigenlijk nooit om ze nog te foppen als ze zich zo snel uit de vinnen hebben gemaakt. Tot mijn grote verbazing draait de vis zich plots om en pakt hij de shad die in vrije val op hem afkomt. Een doffe klap, van verbazing vergeet ik aan te slaan maar gelukkig heeft hij zichzelf gehaakt en na een korte maar pittige dril ligt er een zwaar gebouwde tachtiger naast mijn bellyboat. Ik peddel naar de kant waar een vrouw net voorbijkomt op haar paard (geen grap). Ze is zo vriendelijk om snel even een foto te maken en haar paard kijkt mee. Close encounters of the first kind, denk ik nog, want dat paard kijkt heel gek naar mijn snoekbaars, die zijn kam trots omhoog zet. De foto’s zijn helaas niet veel soeps – mijn eigen schuld en niet die van die aardige dame, want de camera stond verkeerd ingesteld… Maar er zijn ergere dingen in de wereld natuurlijk. Ik kies weer het ruime sop. Mijn dag is al goed dus ik vis een stuk meer op mijn gemak nu. Dat is altijd een goede zaak – ik heb al heel vaak ondervonden dat je veel makkelijker vis vangt als je er relaxed bij zit. Als ik te graag wil, te hard mijn best doe, komt er vaak niet veel van.

snoekbaars-1
snoekbaars-2

Op ongeveer dezelfde plek waar ik de snoekbaars ving, zie ik weer een symbool, net boven de bodem. Het is hier erg diep en normaliter vis ik nooit onder de 8 meter, om trommelzucht bij de snoekbaarzen te vermijden. Dit symbool op de Garmin Panoptix is echter zo groot dat ik eigenlijk wel zeker weet dat het een meerval betreft en die hebben geen last van diepteverschillen. Snoekbaars heeft een ‘éénkamerige zwemblaas’ heb ik me laten wijsmaken, waardoor de lucht die uitzet bij het stijgen niet kan ontsnappen, maar andere vissen, zoals snoek maar ook meerval, hebben nog een extra uitgang aan hun zwemblaas. De meerval vindt mijn kunstaas interessant en komt meteen kijken… en hapt toe! Beschrijvingen van drils vind ik altijd vrij saai dus ik beperk me tot twee typeringen: de Daiwa Viento reel zingt het uit en ik hoor de lak van mijn tot in het handvat gebogen hengel een half uur lang kraken. Uiteindelijk geeft de vis zich over en kan ik hem bij de onderkaak grijpen. De tandjes zijn messcherp en ik haal mijn hand open eraan, maar I could not care less… De volgende dag op kantoor kan ik trots naar mijn geschaafde knuisten kijken op het toetsenbord.

hand

De vis is iets korter dan mijn hengel en dus zo ongeveer 170-180 cm lang. Hij is bizar zwaar gebouwd, een beetje zoals de pelletvissen op de Ebro. Hier wordt echter niet gevoerd met pellets op meerval bij mijn weten en dus is hij zo dik geworden op natuurlijk aas. Een goed teken dus, want het duidt op veel goed voedsel en schept hoge verwachtingen voor de toekomst. Helaas is er niemand in de buurt om een foto te maken deze keer en dus moet ik me redden met een statiefje en de zelfontspanner. Ook deze plaatjes zullen achteraf wat tegen blijken te vallen…  Maar goed, we vissen ten slotte niet op foto’s natuurlijk maar op vissen. De rest van de middag verloopt zonder enig teken van actie, maar wat kon het mij schelen! Een grote snoekbaars én een grote meerval, ik heb het taaier meegemaakt!

Thomas Sintobin