Eigenbouw is goud waard | donderdag 4 december 2008 |
Op hengelsport beurzen en soms in gespecialiseerde winkels kom je jerkbaits tegen die niet uit een fabriek komen maar het resultaat zijn van huisvlijt. Vaak prachtig gespoten in de meest fraaie kleuren.
Is dat moeilijk zul je vast wel eens gedacht hebben. Nou het antwoord is eigenlijk ja en nee.
Ja, omdat je toch wel redelijk handig moet zijn en er de eerste keren best wat tijd in moet stoppen om tot een goed resultaat te komen. Nee, als je die handigheid bezit en je het een en ander leest vooraf. Op internet is het niet zo moeilijk om het een en ander te vinden over het bouwen van jerkbaits. Zelfs kant en klare voorbeelden zijn wel te vinden.
En je zult ook zien dat iedere bouwer, weer andere technieken en wellicht andere houtsoorten gebruikt. Hier een recept voor succesvol jerkbait bouwen.
Men neme:
Een bouwer.
Hoewel ik in de ruim 10 jaar dat ik zelf bouw meer pluggen bouw, maak ik tussendoor ook wel eens jerkbaits. De techniek is grotendeels hetzelfde alleen is een plug een nog grotere uitdaging om hem goed te laten zwemmen. In het begin maakte ik nog wel eens een modelletje na, maar de laatste jaren probeer ik toch vooral eigen ontwerpen te maken. En dan wel liefst modellen die iets toevoegen aan het bestaande. Regelmatig probeer ik technieken die ik lees of zie, uit. Soms experimenteer ik zelf om nieuwe technieken te ontwikkelen. Voorbeelden van wat ik maak kun je zien op mijn weblog http://www.tdlures.web-log.nl/
Ik bouw niet commercieel dus mijn serie grootte is dus zeer beperkt. Voor mij staat het plezier in het bouwen van en vangen met zelf gebouwd kunstaas voorop. Verder ruil ik wel eens wat met andere kunstaasbouwers of ik geef eens wat weg aan een vismaat.
In dit artikeltje zal ik beschrijven hoe ik mijn jerkbaits maak.
Een stukje hout.
Een van de belangrijkste keuzes bij het maken van een jerkbait is de keuze van het hout.
In principe kan ieder stukje hout worden gebruikt zolang de soortelijke massa lager is dan 0,6 tot 0,7 gram/cm3. Als je niet zeker bent van de soortelijke massa kun je een stukje hout even in het water gooien. Als meer dan 1/3 van het volume boven water steekt is het bruikbaar.
Mijn voorkeur gaat uit naar abachi hout of meranti. Deze soorten zijn goed te verwerken en te schuren. Vanwege de betere verkrijgbaarheid werk ik het meest in meranti. Wel altijd de soortelijke massa checken want meranti is er in vele dichtheden. (Variërend van 0.4 tot 1.2 gram/cm3.)
Andere soorten waar ik mee geëxperimenteerd heb, zijn eiken en vuren en beuken.
De eerste soort heeft als nadeel dat de nerf blijft terugkomen ook als het al lang geschuurd en gegrond is. Bovendien als je handmatig je model voorsnijdt is de taaiheid hinderlijk. Vurenhout neemt gemakkelijk water op en scheurt nog wel eens als het nat is geweest. Beukenhout gaat nog wel eens werken als het nat is geweest. Voor beide laatste houtsoorten geldt dus dat je ze erg goed moet beschermen tegen indringen van water. Meranti is wat ongevoeliger voor water. Natuurlijk moet je ook dat hout ook beschermen maar een snoektandje meer of minder maakt voor de werking en de levensduur van het kunstaasje niet veel uit. En ik heb graag heel veel afdrukken van snoektanden er in, want daar maak ik ze tenslotte voor.

Een model
Ik teken modellen meestal op een stuk papier en knip ze uit. Daarna gebruik ik dit papier als sjabloon en teken het sjabloon na met potlood.
Ik zaag mijn modellen meestal grof voor, uit een groot stuk hout. Dat kan met een lintzaag, decoupeerzaag of handzaag. Figuurzagen kan ook als het model niet te dik is.
Ik teken van tevoren ruwweg het model dat ik wil hebben op een stuk hout met de gewenste dikte, en zaag het uit. Als het model 3D gemodelleerd moet worden doe ik dat met een bandschuurmachine of met een zakmes.
Dat laatste doe ik meestal op een zomeravond, lekker buiten met een biertje.
De bandschuurmachine klem ik op zijn kop in de workmate. Het model houd ik er tegenaan.
Het is wel enigszins gevaarlijk. Blijf vooral uit de baan van het model, want als het uit je hand schiet en tegen je aan komt, is dat geen prettig gevoel. Voor je vingers moet je ook goed opletten. Een beetje grove schuurband graaft zich in een fractie van een seconde door huid of vingernagel.
Na het model schuren/snijden verfijn ik het model handmatig nog met zeer grof en stevig schuurlinnen. (korrel 50-60).
Dat is vergelijkbaar met vijlen. Als het een recht model is, worden de kanten afgerond met een zelfde schuurpapier.

Een loodje.
Het uitloden van pluggen en jerkbaits is alles bepalend voor de actie.
Omdat dit heel afhankelijk is van grootte, model, plaats van het trekoog en soortelijke massa van het hout, is hier moeilijk een pasklare oplossing voor te geven. Veel hangt toch af van eigen inzicht. Dat inzicht kun je krijgen door veel te bouwen en uitproberen. Op Roofvisnet is er onlangs een artikel van mij verschenen, waarin ik geprobeerd heb een methode voor uitloden in theorie te beschrijven. Er zijn natuurlijk meer methoden, maar met deze methode heb je de meeste kans op succes, vooral als je een onbekend model maakt.
Het is echter een droge materie, die niet eens altijd opgaat. Maar zijn wel een paar duidelijke
verbanden tussen actie en uitloding aan te geven.
De hoogte waarop zich het lood bevindt heeft invloed op het “flanken” (kantelen of “rollen”)
De plaats van het lood in de lengte richting heeft invloed op het “gliden” (links rechts uitslaan)
Voor de rest is uitproberen de beste manier om inzicht te krijgen in het gedrag van verschillende loodzettingen. Balanceer de plug in de stand waarin hij in het water moet liggen.
Het eenvoudigst gaat dat als je het lood verdeeld over twee of meer loodgaten. Ook al zitten ze dicht bij elkaar. Door te spelen met de hoeveelheid lood voor en achter krijg je gemakkelijk voor elkaar dat het jerkbaitje perfect gebalanceerd in het water hangt.
Breng zoveel lood aan dat de plug nog net drijft. Doe dit altijd wel met haken en schroefoogjes. Deze wegen behoorlijk mee. Bij kleine jerkbaitjes (kleiner dan ca. 40gr.) hang ik ook een wartel in het trekoog bij om de gewicht van de onderlijn te imiteren. Ik boor afhankelijk van de dikte van de jerkbait gaten van de 8,10 of 13 mm en vul die met stukjes voorgegoten loodstaaf . Als je die niet heb kun je ook daklood aan repen snijden en daar rolletjes van maken. Eenmaal klaar met uitloden, stop je de loodgaten dicht met vloeibaar hout. Breng die gerust dik aan. Laat de plug een dagje goed drogen. Schuur overtollig vloeibaar hout weg en schuur de plug netjes glad met fijn schuurpapier. Dit gaat het best zonder haken en schroefoogjes. Daarna kan hij in de grondverf. En vervolgens de vuurdoop aan het water.

Een verfje.
Na de grondverf netjes, fijn glad opgeschuurd te hebben kan het spuiten beginnen.
Mooi spuiten is best wel moeilijk. Dat vergt wel veel oefening. Ik werk altijd met spuitbussen maar misschien zijn er geoefende airbrushers onder jullie. Ik heb er geen ervaring mee, en met de kleine series die ik maak, lijkt me het niet echt handig. Je bent meer aan het schoonmaken dan aan het spuiten, is mijn indruk. Werken met een inschroef handvat is enorm handig. Ik maak deze door schroefoogjes te buigen en aan een rond stuk hout te bevestigen. Dat oogje schroef ik dan in een van de schroefoog gaten. Zo kan ik de plug tijdens het spuiten mooi sturen en spuit ik niet mijn handen vol. Lusje aan de andere kant en je kunt hem netjes te drogen hangen Verder gebruik ik allerlei soorten netjes voor schubben patronen Voor het spuiten van strepen, stippen of vlekken gebruik ik kartonnen sjabloontjes.

Belangrijke tips:
1. Spuit dun; liever meerdere dunne lagen dan 1 dikke.
2. Probeer het bij een merk spuitverf te houden. Verfsoorten met verschillende basis kunnen elkaar niet altijd even goed verdragen. Dan lost de onderliggende soort als je er overheen spuit.
Een vernisje.
Aflakken kun je op vele manieren doen. Van huis tuin en keuken vernis tot epoxy.
Wat het best is weet ik niet. Lang heb ik met botenlak afgelakt. Prijstechnisch vind ik dat de beste oplossing als je niet zo veel bouwt. Nadeel is dat het op den duur enigszins vergeelt, en dat je meerdere lagen moet aanbrengen.
Nu werk ik met envirotex, een soort twee componenten lak. Dat geeft een mooi resultaat en blijft elastisch genoeg. Bovendien is het in voor mij geschikte hoeveelheden verkrijgbaar.
Het levert met sommige goud en zilververf soorten wel problemen op om de laag mooi egaal aan te brengen.
Gebruik beter geen harde lakken. Een dun laagje lak houdt een snoektand echt niet tegen . Als het materiaal eronder zacht is dan gaat de lak eerder scheuren rond de beschadiging. Denk maar aan over een dun laagje ijs lopen en erdoor zakken. Elastische lakken zoals botenlak scheuren niet gemakkelijk.
Andere epoxy- soorten heb ik nooit geprobeerd en lijken me meer iets als je grote hoeveelheden tegelijk maakt, maar als er iemand goede ervaringen mee heeft hoor ik dat graag.

Een slotwoord.
Heb je dit allemaal gelezen en je gaat aan de slag dan wens ik je veel plezier en succes.
Dat heb je voor een deel zelf in de hand. Tot slot zijn er nog een paar tips die ik wil meegeven.
- Begin eenvoudig; kies een simpel niet te klein model, en ga hiermee aan de slag.
- Heb geen haast; mooi en goed bouwen vraagt tijd, niet zozeer in uren maar iedere dag een beetje tijd.
- Houd een logboek bij; als je na testen het resultaat omschrijft en je houdt bij wat je verandert en vooral ook waarom, dan leer je daar van.
Dus achter die PC vandaan en aan het werk.
En als je dan de eerste snoek haakt aan je eigengebouwde jerkbait dan weet je:
Eigenbouw is goud waard.!!
|